ICT woordenboek


 

ICT woordenboek dat speciaal gericht is op woorden die te maken hebben met computers.

3COM
3Com (Computer Communication Compatibility). Bedrijf opgericht in 1979 en uitvinder / vastlegger van de Ethernet (netwerk) standaard. Chairman & C.E.O. van 3Com Corporation is Eric A Benhamou. 3Com is een van de grootste leverancier van netwerkcomponenten en benodigdheden zoals Switches, Routers, Netwerkkaarten (NIC's), Access Points etc. Hun befaamde 3Com 905C-TX netwerkkaart is de meest verkochte netwerkkaart ooit en tot op heden nog nooit van zijn troon verstoten!

10(0)Base-T:
Begrippen als 10(0)Base-T zijn algemene aanduidingen voor netwerken. 10Base-T of 100Base-T betekend dat het gaat om 10 of 100 Megabit (snelheid), ten 2de een sternetwerk, en ten 3de dat het gaat om de T van TwistedPair (bekabeling). TwistedPair bekabeling wordt vervolgens weer onderverdeeld in 2 smaken, te weten: Shielded TwistedPair (STP) en Unshielded (UTP). Naast STP en UTP worden ze verder onderverdeeld in categoriën. Het tegenwoordige Gigabit (1000 Megabit) netwerk (officieel met 1000Base-T aangeduid) heeft minimaal categorie 5E nodig als kabel. 10Base-T en 100Base-T respectievelijk CAT3 en CAT5.  Momenteel zijn de categoriën CAT6 en CAT7 ook al verkrijgbaar voor de nog snellere en toekomstige verbindingen. Afgekort noemt men deze netwerkkabels voor bv. het Gigabit Ethernet: "UTP CAT5E". Om het geheel nog smaakvoller te maken zijn de normen van 10Base-T en 100Base-T vastgelegd in de norm van het non-profit "Institute of Electrical and Electronics Engineers, Inc." IEEE 802.3 (spreek uit: Eye-Triple-E). COAX netwerken worden officieel op een gelijke manier aangeduid als de TwistedPair sternetwerken. Bij COAX praat men over 10 of 100Base-2, waarbij de 2 staat voor een 2-draads verbinding.

ADSL:
ADSL staat voor Asynchronous Digital Subcriber Line. Asynchronous betekent hier dat de download-snelheid (downstream) vele malen groter is dan de upload-snelheid (upstream). Dit is specifiek afgestemd op het surfen op het web en het downloaden van bestanden. De gemiddelde websurfer haalt namelijk meer gegevens binnen dan dat er verstuurd worden. De tegenhanger waarbij de downloadsnelheid en uploadsnelheid gelijk zijn aan elkaar en ook verder gebruik maakt van dezelfde techniek is SDSL (Synchronus Digital Subscriber Line).

Attachment:
Een bijlage die we meesturen met een e-mail noemen we wel een attachment. Een bijlage kan bestaan uit document(en), geluidsbestanden, videobestanden of andere bestanden. Bij veel e-mailprogramma's zal het toevoegen van een attachment worden weergegeven als een paperclip.

AVI bestand:
AVI staat voor Audio Video Interleaved en is het standaard-formaat dat bij Windows wordt gebruikt voor video (beelden of fragmenten).

BIOS:
BIOS staat voor Basic Input Output System. Hierin worden de instellingen van de PC bewaard. Als de computer opstart, dan toont deze hoe je in de BIOS-setup kunt komen (bijvoorbeeld via DEL of via F2). Instellingen als opstartvolgorde (floppydrive, cd-rom, harde schijf), datum & tijd, geheugen timings, en vele andere ook zeer kritische opties kunnen hier worden ingesteld. Het is dan ook aanbevelingswaardig om alleen instellingen in een bios te wijzigen als men weet wat hij doet.

Bluetooth:
Bluetooth is een samenwerkingsverband tussen Ericsson, IBM, Intel, Nokia en Toshiba, en heeft als doel een standaard op te zetten voor radiografische communicatie tussen draagbare apparatuur zoals notebooks en telefoons. Als toepassing moet worden gedacht aan een telefoon die, als hij thuis of op de zaak wordt gebruikt, werkt als een normale draadloze telefoon en buiten de deur als een GSM-telefoon. Of bijvoorbeeld zonder gedoe gegevens overdragen tussen verschillende notebooks en vele andere intelligente toepassingen. Het bereik is maximaal 10 meter en de snelheid moet 1 MB per seconde halen. Dit protocol is vooral bedoeld voor verbindingen met printers en andere randapparatuur, voor het uitwisselen van bestanden als netwerkprotocol is het niet bedoeld.

BMP:
BMP is de afkorting voor bitmap. Dit is het formaat waarin Microsoft Windows standaard afbeeldingen opslaat. Dit formaat maakt erg grote bestanden. Aangezien er geen (of weinig) compressie in het formaat zit, worden de resulterende bestanden erg groot. Daarom is het handig om bestanden in een kleiner formaat op te slaan, zoals GIF, JPEg of PNG.

Het enige voordeel van BMP is dat het snel laadt omdat de afbeeldingen niet ge-decomprimeerd (dus 'uitgepakt') hoeven te worden.

Broncode:
Een computer-programma wordt opgebouwd uit broncode (in het Engels sourcecode genoemd). Deze broncode wordt door een [[compiler]] omgezet in een uitvoerbaar programma. Onder Windows is zo'n uitvoerbaar programma daarom herkenbaar aan de extensie .exe (van executable).

CD:
CD staat voor Compact Disc. Dit is een standaard die door Philips en Sony is vastgelegd en gebruikt wordt als medium voor opslag. Eerst was er de Audio-CD (lees: muziek) en later kwam de CD-ROM (lees: data). Die laatste is weer op te delen in CD-R (eenmalig te beschrijven) en CD-RW (meerdere malen te beschrijven).

Client/Server:
In het client/server-model maakt een client-programma gebruik van de diensten van een server-programma. Zo maakt de email-client Microsoft Outlook gebruik van de diensten van de email-server van jouw provider of binnen een bedrijf bijvoorbeeld van de diensten van de email-server Microsoft Exchange. Ook is het client/server-model populair geworden doordat er "centraal" dingen geregeld kunnen worden zoals bepaalde rechten doorvoeren (beheersmatig) en documenten centraal opslaan zodat ze meegenomen kunnen worden in de dagelijkse back-up procedure's enz.

CODEC:
Codec staat voor coder/decoder. Dit is een stuk software waarmee een bepaald formaat in een standaard programma (zoals Windows Mediaspeler, Winamp of een andere mediaspeler) kan worden afgespeeld. Deze programma's maken gebruik van codecs. Als er een codec geïnstalleerd is dan kan audio of video in het aangegeven formaat worden afgespeeld door een speler die daarvoor het formaat misschien nog helemaal niet kende. Maar omdat de codec wel kennis heeft over het formaat kan het toch worden afgespeeld. Dus voor of tijdens het lezen van het bepaalde formaat zal de codec gaan "decoderen" om het gewenste resultaat te verkrijgen.

Het afspelen is slechts één onderdeel van een codec. Vaak kunnen deze ook direct gebruikt worden om naar een bepaald formaat te "coderen" (wegschrijven). Dat is bijvoorbeeld handig bij CD-rippers (voor MP3) of bij videobewerkings-software (voor MPEG, DivX, XviD en DVD). 

CPU:
CPU staat voor Central Processing Unit. Die staat beter bekend onder de naam processor en vormt het centrale hart van een computer. De snelheid van de CPU wordt aangeduid in MHz (Megahertz) of GHz (Gigahertz), waarbij een GHz het snelste is. De meeste CPU's worden door Intel of AMD gemaakt, al doet ook processor bakker Transmeta een duit in het zakje met energie-zuinige processoren. Als we de belangrijkste ingrediënten gaan bekijken waaruit een PC (Personal Computer) bestaat dat ziet dat er als volgt uit:

CPU (het hart, de processor)
Harde schijf (opslagcapaciteit voor de gebruiker)
VGA kaart (verbindingscomponent tussen de PC en de monitor)
Intern geheugen (zeer snelle opslagcapaciteit voor de PC zelf)
Invoerapparatuur (zoals de muis en het toetsenbord)
Randapparatuur (zoals modem, printer, scanner e.v.a.)
Moederbord (verbindingscomponent van o.a. alle bovengenoemde items)
Behuizing (behuizing (jasje) met voeding voor stroomtoevoer)

Database:
In een database worden gegevens opgeslagen en kan platvloers vertaald worden als "elektronische kaartenbak". Een database bestaat uit tabellen en een tabel bestaat uit records. De bekendste soort database is de relationele database. Die bestaat uit losse tabellen die een bepaalde relatie met elkaar hebben (bijvoorbeeld 1 op 1 relatie of een 1 op 'n' c.q. 1 op meer relatie).

DDOS:
DDOS staat voor Distributed Denial Of Service. Dit is een utgebreide Denial Of Service-aanval. Het is een aanval op een computersystemen waaraan vele via het Internet verbonden computers gelijktijdig deelnemen. Dit deelnemen gebeurt vaak zonder dat de eigenaar van het systeem daarvan op de hoogte is. In feite wordt dan de computer gekaapt (bijvoorbeeld door een virus) voor een dergelijke aanval. Bij zo'n aanval worden er in korte tijd zoveel aanvragen vanaf deze PC's uitgevoerd dat de ontvangende server het niet meer aan kan. Deze geeft dan niet meer thuis: Denial Of Service. Voor de eerste de beste webserver is dit niet zo erg. Die herstart je en dan is die er weer. Maar het Internet trekt steeds meer mensen aan en mensen worden steeds meer afhankelijk van de aanwezigheid van Internet. Daarom kan een dergelijke aanval op veelgebruikte servers tot problemen leiden.

DHTML:
DHTML staat voor "Dynamisch HTML" en is een specificatie van Netscape die het mogelijk maakt om in lagen te werken. Microsoft Internet Explorer kent het ook, maar gebruikt andere codenamen voor de tags. Praktisch gezien kunt u met DHTML zichtbaar indrukbare knoppen maken. Dat werkt weliswaar alleen met behulp van een eraan gekoppeld Javascriptje, maar dat mag de pret niet drukken. Met de combinatie DHTML-Javascript kunt u bijvoorbeeld lagen laten bewegen, de volgorde van overlapping veranderen, ze markeren, enzovoort. Het grootste nadeel van DHTML is dat de ene browser sommige tags natuurlijk weer anders interpreteert dan de andere, wat voor lelijke en soms nare neveneffecten kan zorgen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor HTML 4.0, dat beter is in talen en dat u toelaat een CSS te gebruiken.

Direct-3D:
Een set instructies van Microsoft om 3D-effecten in spellen te realiseren, onafhankelijk van welke chipset de 3D-kaart heeft. Inmiddels hebben alle makers van 3D-chipsets Direct 3D (of D3D in het kort) in hun chips opgenomen. Wanneer spelletjesprogrammeurs bij het programmeren gebruik maken van Direct 3D is hun spel daarmee 'D3D-compatible'. Dat betekent dus dat zo'n spel met alle 3D-kaarten kan worden gespeeld zonder dat daar extra programmeerwerk aan te pas komt. Helaas is de D3D-instructieset nog niet feilloos; regelmatig zijn er nog patches nodig om alles weer werkend te krijgen. Bovendien benut D3D alleen de meest algemene functies van een 3D-videokaart en de écht mooie functies van de betere 3D-kaarten blijven onbenut. Tegenwoordig maakt D3D onderdeel uit van de verzameling instructieset Direct-X, die doorontwikkeld is en naast videokaart mogelijkheden ook sterke verbeteringen voor besturing, netwerk en geluid aan boord heeft.

Direct-X:
Speciaal door Microsoft ontwikkelde multimediaprogrammatuur om de kopers van spelletjes tegemoet te komen. De standaard video-aansturingsprogrammatuur van Microsoft bijvoorbeeld is namelijk gewoon te traag voor applicaties die een snelle beeldafhandeling vereisen. Vandaar dus DirectX. DirectX is dus een stukje software, geïntroduceerd ten tijde van Windows 95, bestaande uit zogenoemde API's (Application Programming Interface) die kunnen worden gebruikt voor het (direct) aansturen van de hardware in een computer. Het voordeel van een API is dat deze door meerdere softwaremakers kan worden gebruikt. Omdat iedereen dezelfde API gebruikt, scheelt bij de installatie van een programma of spel (er hoeft minder geïnstalleerd te worden omdat de API's al op de harde schijf staan) en het scheelt natuurlijk in gebruik van de harde schijf (omdat meerdere programma's cq. spellen van dezelfde API gebruik maken). Tevens heeft dit inmiddels bekende stukje software zijn voordelen door bij een eenvoudige update van DirectX voor vele verbeteringen te zorgen die dus tevens tot uiting komen bij alle programma's en spellen die hier gebruik van maken.

DLL:
DLL staat voor Dynamic Linked Library. Dit is een bibliotheek met functies. Aangezien veel programma's dezelfde functies nodig hebben, worden deze in DLL's samengevoegd. Zo kunnen meerdere programma's van dezelfde functies in dezelfde DLL's gebruik maken. Dit bespaart ruimte doordat de functies die in de DLL staan slechts eenmaal op de computer hoeven te worden opgeslagen en zorgt tevens voor een stukje uniformiteit in de manier van programmeren met de onderliggende gebruikte functies.

DMA:
Direct Memory Access' of in normaal Nederlands: 'Directe geheugentoegang'. Dankzij DMA krijgt een apparaat in uw PC (bijvoorbeeld de harde schijf) rechtstreeks toegang (zonder tussenkomst van de processor) tot het geheugen van uw computer. Hierdoor verloopt de gegevensoverdracht stukken sneller. Inmiddels bestaat er al een nieuwe variant: Ultra DMA. U begrijpt het al, nog sneller.

DVD:
DVD staat voor Digital Versatile Disc. Aangezien DVD vaak wordt gebruikt om er video mee op te slaan, wordt vaak gedacht dat het om Digital Video Disc gaat. Maar op een DVD kun je eigenlijk alles opslaan en is alszodanig dan ook de opvolger te noemen van de eerder genoemde CD echter met een veel grotere opslagcapaciteit. De DVD-standaard laat het namelijk toe om in meerdere lagen te branden. Dit vereist wel betere lasers. Aangezien de techniek ook voortschrijdt zijn deze inmiddels ook beschikbaar. Waar je op een CD 650, 700 of hoogstens 900 MB kwijt kunt, daar kun je op een DVD zo'n 4,7 GB kwijt en in de nabije toekomst zelfs 9 GB. Daarom is dit formaat ook zo interessant om video op weg te schrijven.

De DVD maakt standaard gebruik van MPEG2-compressie. Op het gebied van DVD bestaan 2 standaarden:

DVD - R(W)
DVD + R(W)

DVI:
Beeldschermen kunnen tegenwoordig op twee manieren aan een computer worden gekoppeld: analoog en digitaal. DVI staat voor Digital Visual Interface en geeft aan dat een beeldscherm digitaal aan de computer kan worden gekoppeld. Wordt een beeldscherm digitaal aan een computer gekoppeld, dan betekend dit onder normale omstandigheden een betere beeldkwaliteit.

Extensie:
Betekenis 1:
Aanduiding van domeinnamen. Op het internet is het de gewoonte om de extensie te gebruiken voor de herkomst van een IP-adres of domeinnaam. De herkomst kan een land zijn, of de organisatievorm. In de USA wordt aan domeinnaam-aanvragers een extensie toegekend die de organisatievorm van de aanvrager aangeeft; '.com' is voor commerciële bedrijven, '.edu' voor educatieve instellingen, '.org' voor non-profit organisaties, '.gov' voor overheidsinstellingen en '.net' voor content providers. Overige landen gebruiken een afkorting van de landsnaam als extensie; '.nl' is uiteraard Nederland, '.de' is Duitsland, '.it' is Itali', etc. Overigens hangt de toekenning van de extensie af van de plaats waar de domeinnaam wordt aangevraagd. Dit geldt ook voor e-mail adressen. Voorbeelden: www.wcsbv.nl of info@microsoft.com.

Betekenis 2:
Aanduiding van bestandstype. Standaard zijn de laatste 3 letters achter de punt de extensie van een bestand. Voorbeeld: mijnworddocument.doc mijnexcelbestand.xls mijnfilmpje.avi, mijnacrobatbestand.pdf, mijnliedje.mp3.
D.m.v. de extensie kan men dus meestal het bestandstype herkennen. Het gebeurd echter ook dat men van deze standaard afwijkt en 4 of meer letters als extensie gebruikt of zelfs dubbele extensies dat vaak een methode is om virussen te verspreiden om zo de gebruiker / ontvanger te misleiden.

Firewall:
Een firewall is een stukje software, hardware of combinatie daarvan dat zich bezighoudt met het scheiden van twee netwerken om zo de veiligheid op een van beide netwerken te verhogen. Een firewall staat tussen beide netwerken en controleert het verkeer dat tussen die netwerken plaatsvindt op verdachte gebeurtenissen. Bij het constateren van een verdachte gebeurtenis wordt een actie ondernomen om het te beschermen netwerk veilig te houden. Meestal bestaat deze actie uit het blokkeren van de toegang tot het te beveiligen netwerk.

Flash:
Macromedia Flash is een multimedia-formaat waarin bijzonder interactieve websites ontwikkeld kunnen worden die veel meer mogelijkheden biedt dan standaard in HTML-opgemaakte. Het formaat beperkt zich overigens niet tot websites alleen, want er is ook een standalone speler waarmee Flash-bestanden kunnen worden afgespeeld. Deze wordt vaak gebruikt voor het afspelen van animaties of er worden zo complete spellen gemaakt.

Flop(s):
Flop staat voor Floating Point Operations Per Second en is een maatstaf voor de rekensnelheid van een computer. MegaFLOPS (MFLOPS) is gelijk aan een miljoen berekeningen per seconde. GigaFLOPS (GFLOPS) is gelijk aan een miljard berekeningen per seconde.

GIF:
GIF staat voor Graphics Interchange Format en is, samen met JPEG, een van de bekendste grafische formaten op het internet. Een GIF-afbeelding heeft maximaal 256 kleuren en dit maakt het prima geschikt voor logo's en andere afbeeldingen die weinig kleuren hebben. Ook is er later animatie aan het formaat toegevoegd (GIF-89), waardoor enkele GIF-beelden in 1 afbeelding achter elkaar kunnen worden gezet zodat er bewegende beelden ontstaan. 

GIF werd jarenlang geplaagd door problemen met een patent van Unisys. Dat zegt dat wanneer iemand GIF-afbeeldingen gebruikt deze persoon hiervoor geld aan Unisys moet betalen. 

Daarom is het PNG-formaat (Portable Network Graphic) bedacht dat geen last heeft van patenten. Echter wordt de transparantie in het PNG-formaat in Internet Explorer niet altijd goed ondersteund. Dat is een van de redenen dat nog niet alle GIF-afbeeldingen zijn vervangen door PNG.

GNOME:
GNOME is de afkorting van GNU Network Object Model Environment. Dit is een hele mond vol om een Linux Window-Manager (WM) aan te duiden. GNOME is een van de bekendste window-managers voor Linux. Als je niet wilt dat je bureaublad veel terug doet denken aan Windows dan moet je zeker GNOME eens proberen. Andere alternatieven zijn Enlightenment, WindowMaker of XfCE of een of ander *Step-implementaties (bijvoorbeeld GNUStep.

GNU:
GNU staat voor GNU's Not Unix. Dit is net zo'n recursief acroniem als bij PHP. De GNU is de organisatie die overal ter wereld strijdt voor vrije software. Software moet vrij zijn. Niet vrij als in gratis (free as in beer), maar vrij als in vrijheid van meningsuiting. Voor vrije software mag dus best een vergoeding gevraagd worden, maar de broncode voor die software moet wel beschikbaar zijn zodat iemand anders er ook iets aan kan hebben.
Richard M. Stallman (alias RMS) is de oprichter en grootste voorvechter van deze vrije software. De GPL is de bekendste licentie van vrije software en komt ook uit de GNU voort.

GPL:
GPL staat voor GNU Public License en is de bekendste licentie voor vrije software (freeware / opensource). GPL komt met name voort uit de Unix & Linux wereld.

GPRS:
GPRS staat voor General Packet Radio Service. Daarmee is het eenvoudiger en goedkoper mogelijk om gegevens over een mobiel netwerk te versturen. Een GPRS-telefoon maakt gebruik van een packet-switched netwerk. Dit lijkt meer op het internet. Een GPRS-telefoon is dan ook 'always on', dus altijd op het netwerk aangesloten. Zo wordt een heel ander type toepassingen mogelijk. Bijvoorbeeld een instant-messenger (zoals ICQ) op je mobiele telefoon. GPRS heeft dan ook een ander betaalmodel. Betaal je bij GSM doorgaans de minuten die belt, bij GPRS betaal je het aantal kilobytes dat je verstuurt.

Zo krijgt het WAP-protocol (Wireless Access Protocol) opeens een hele andere waarde. Toen WAP werd geïntroduceerd was de timing nogal belabberd. Technisch was het op zich wel mogelijk, maar het was nogal traag om te gebruiken omdat eerst via het GSM-netwerk moest worden ingebeld. Dit is vergelijkbaar met het inbellen bij een provider met een analoog modem, wat doorgaans ook lang duurt. Daar met GPRS niet steeds opnieuw moet worden ingebeld, zijn WAP-diensten sneller en eenvoudiger te gebruiken.

Hackers:
Mensen die proberen om via (internet) netwerken een computer binnen te dringen om zo aan te tonen dat de beveiligingen van computers/netwerken niet veilig zijn. Voor hackers is het meestal een vorm van "sport" om een beveiligde computer binnen te dringen. Criminele bedoelingen hebben zij meestal niet. De mensen die wel een criminele inslag hebben en de intentie hebben om op een oneigenlijke manier (critische) gegevens buit te maken noemen ze crackers.

HD-DVD:
Een rewriteable DVD-formaat dat 30 GB aan data kan opslaan. De spelers die dit DVD-formaat kunnen afspelen, moeten tevens backward compatibel zijn, dus ook de vorige formaten DVD, zoals DVD-R, DVD-RAM, DVD+RW en DVD-RW, kunnen afspelen. De HD-DVD maakt gebruik van een speciale laser met de New Optical Disc technologie, wat een blauwe laser brengt met een smallere laserpunt, waardoor er meer data op een 12-inch disk past.

HD-TV:
High Definition Television: hoge definitie-televisie met tenminste 720 beeldlijnen, breedbeeldformaat (16/9) en meerkanaalsgeluid.

HOAX:
Een hoax is een gerucht van een virus, en net als de meeste geruchten is dit niet waar. Niet naar luisteren en niet op reageren is verreweg het beste dat u kunt doen, en zeker NIET DOORSTUREN naar anderen. HOAX is dan ook het beste te vertalen naar "POETS".

Een hoax is vrijwel altijd te herkennen aan: 

Houd in uw achterhoofd dat een organisatie dit laatste nooit zou vragen met een viruswaarschuwing. Tevens is het een feit dat Microsoft NOOIT zelf beveiligingsupdates rechtstreeks verstuurd middels e-mail, want juist dergelijke mailtje zijn vaak wel een ECHT VIRUS! Een hoax is lastig omdat het zich snel verspreid (velen zijn zo onverstandig om het door te sturen) en zo op zichzelf virus-achtige vormen aanneemt. Dit terwijl het bericht zelf eigenlijk nergens over gaat en in principe zelfs "gebakken lucht" is.

HTML:
HTML staat voor Hyper Text Markup Language. Dit is de taal waarmee alle pagina's op het World Wide Web (WWW) worden opgemaakt. Dit is een standaard die wordt onderhouden door het World Wide Web Consortium (W3C). 

Een webbrowser ondersteunt deze opmaaktaal en kan zo de webpagina/website goed laten zien. Wel zijn er verschillen in hoe de diverse webbrowsers de standaarden interpreteren. Niet alle webbrowsers houden zich helaas geheel aan de standaard. Daardoor kan het voorkomen dat een website er in de ene webbrowser toch anders uitziet dan in de andere. Daarom behoort iedere website eigenlijk met 3 verschillende browsers getest te worden: Microsoft Internet Explorer, Mozilla (of Netscape) of Opera.

Hub:
Een hub is een apparaat dat de centrale vormt in een stervormig netwerk, zoals bij 10Base-T en 100Base-T. Er zijn twee "soorten" hubs: Class I en Class II. Class II kan alleen maar verbindingen leggen tussen één type medium. Class I is in staat om verbinding te leggen tussen verschillende media.

Hyper-Threading:
Hyper-Threading is een technologie van Intel die wordt toegepast in processoren voor computers. Een processor die de Hyper-Threading technologie bevat is in staat om meerdere processen gelijktijdig uit te voeren. Bij processoren die deze technologie niet bevatten worden processen achter elkaar uitgevoerd. Hyper-Threading kan dus voor snelheidswinst zorgen. Voorwaarde is wel dat de gebruikte programma's Hyper-Threading ook ondersteunen.

IMAP:
IMAP staat voor Internet Message Access Protocol. Het wordt gebruikt voor het ontvangen en versturen van e-mail. Dit is een moderner protocol dan POP3 (Post Office Protocol versie 3) en SMTP (Simple Mail transfer Protocol). Hiermee kunnen bijvoorbeeld ook mappen op de mailserver worden beheerd. Hiermee werk je eigenlijk direct op de mailserver (dus niet lokaal) en kun je aangeven wat er met de e-mail moet gebeuren. Microsoft Exchange is zo'n mailserver wat in principe ontworpen is om IMAP te babbelen als protocol.

Infrastructuur:
De installatie van een netwerk en de manier waarop netwerkonderdelen en componenten onderling zijn verbonden. 

IRQ (Interrupt):
Letterlijk een 'onderbreking', ofwel een speciaal signaal voor uw computer. Bijvoorbeeld van een apparaat dat aan uw PC zit of van een programma dat bezig is. Op basis van dit signaal kan het besturingssysteem bepalen wat het verder moet doen: meer gegevens naar de printer sturen, een onderdeel van een speciaal programma starten, et cetera. Ook wordt het gebruikt om rangorde aan te brengen in de verschillende hardwarecomponenten en softwareprogramma's. Als voorbeeld: de videokaart wil een beeld tonen en tegelijkertijd wil de geluidskaart ook een beroep op de processor doen om een geluid weer te geven. De processor dient dus als verkeersagent en vraagt om hun IRQ-nummer. Als de videokaart nummer 9 heeft en de geluidskaart nummer 5 dan zal de geluidskaart voor gaan. Vergelijk het heel simpel met het nummertje trekken bij de slager.

Java(script):
Java is een objectgeoriënteerde programmeertaal die in 1999 door Sun Microsystems werd bedacht. Dit was een van de eerste programmeertalen waarmee men animatie en interactiviteit aan webpagina's kon toevoegen. 

Om Java-programma's (applets en applicaties) te kunnen uitvoeren moet een Java Virtual Machine (JVM) geïnstalleerd zijn.

Javascript is een sterk vereenvoudigde en makkelijker te begrijpen versie van Java. Javascript is een methode om interactiviteit aan webpagina's toe te voegen. Dit kan zich uiten in animaties (bijvoorbeeld iets dat de cursor achtervolgt of scrollende nieuwsberichten), maar ook in het valideren van in een online formulier ingevulde waarden. 

De moderne browsers (zoals Netscape, Mozilla, Internet Explorer en Opera) hebben allemaal hun eigen Javascript-implementaties. Microsoft noemt haar Javascript overigens JScript. Javascript is de standaardtaal die alle browsers (zij het vaak in hun eigen dialect) begrijpen. Javascript wordt ook wel aangeduid met de term ECMAScript. 

JPG (JPEG):
JPEG staat voor de Joint Photographic Expert Group. Deze groep heeft het grafische JPEG-formaat bedacht. Dit formaat leent zich prima voor afbeeldingen met veel kleuren, zoals foto's. 

In dit formaat zit compressie waardoor het resulterende bestand (veel) kleiner is dan de originele bitmap-afbeelding. Bij een afbeelding met veel kleuren zie je weinig van deze compressie (lees: verlies). Heeft een afbeelding echter weinig kleuren, dan valt dit veel meer op. Dan zie je dat kleuren niet meer egaal zijn, maar wat korrelig worden. Randen zijn niet meer zo strak. Daarom kan voor een afbeelding met weinig kleuren beter voor GIF of PNG gekozen worden.

KDE:
KDE is een van de bekendste Window-Managers (WM) voor Linux. KDE betekent eenvoudig K Desktop Environment. KDE lijkt in gebruik veel op Windows. Daarom wordt het vaak als standaard-window-manager geïnstalleerd om zo aan overstappende gebruikers een bekende omgeving te bieden.
KDE maakt gebruik van de Qt-bibliotheken van Trolltech. Deze zijn gratis te gebruiken zolang de software maar als opensource wordt verspreid.

LAN:
LAN staat voor Local Area Network, in het goed Nederlands lokaal netwerk. Een lokaal netwerk is een koppeling van computers binnen een gebouw of een bedrijf. Een LAN-netwerk kan een reikwijdte van 10 km hebben. De via kabels verbonden computers maken allen gebruik van gemeenschappelijke resources als vaste schijven, printers, databases, modem en verbindingen met andere netwerken en mainframes. 

Linux:
Linux is het opensource besturingssyteem dat bedacht is door de Fin Linus Torvalds. Inmiddels is dit zo wijd-verbreid dat Microsoft het als de grootste bedreiging voor Windows erkent. Linux is namelijk van oudsher gratis te downloaden en de kwaliteit van deze software wordt steeds beter. Linux is afgeleid van UNIX.

Linux komt in vele soorten en maten. De bekendste versies draaien op een gewone PC, maar er zijn ook versies die op PowerPC's of in settop-boxen of routers draaien. Kortom, voor elk wat wils. 

Aangezien de broncode van Linux vrij beschikbaar is, kan iedereen deze downloaden en zijn/haar eigen Linux-variant maken. Een variant van Linux wordt een distributie (of kortweg distro) genoemd. Bekende distro's zijn die van RedHat en SuSE, maar er zijn in totaal wel 100 distributies.

Mailbom:
Een onbehoorlijke hoeveelheid e-mailberichten in zeer korte tijd naar hetzelfde e-mailadres waardoor de mailbox vastloopt. Hetzelfde geldt ook voor websites, waar gigantische hoeveelheden informatieverzoeken naar toe gestuurd worden met het doel de site te blokkeren en offline te krijgen. Zie tevens "DDOS".

MP3:
MP3 is een compressie-methode voor audio die is bedacht door het Frauenhofer Instituut. Als zodanig zijn zij de rechthebbende en kunnen anderen deze technologie in licentie nemen. MP3-compressie is gebaseerd op de MPEG-1-standaard.

Er is ook een verbeterde versie van MP3 en die heet MP3Pro. Ook hieraan zijn weer licenties verbonden. Een MP3Pro gebruikt ook de .mp3-extensie, dus dat maakt het wat lastig om te herkennen. Voor MP3Pro heb je een aparte codec nodig en dat betekent dat niet iedere MP3-speler direct ook MP3Pro kan afspelen.

Naast MP3Pro is er ook het open OGG-formaat (OGG-Vorbis). Hiervoor zijn geen licenties nodig, dus iedereen kan daarvoor een speler schrijven.

Tot slot heeft Microsoft ook een eigen compressie-methode ontwikkeld voor audio die standaard in Windows (Media Speler) gebakken zit. Deze heeft methode luisterd naar de naam WMA (Windows Media Audio). WMA bestanden zijn doorgaans kleiner dan MP3 bestanden en biedt dan toch dezelfde kwaliteit. Het WMA-formaat biedt ook ondersteuning voor Digital Rights Management (DRM). Voor een gebruiker is dit doorgaans alleen maar lastig, maar muziek-distributeurs vinden het doorgaans prettig om te weten dat hun muziek beschermd is tegen ongewenst kopiëren. Zou je zelf met Windows Mediaspeler een CD rippen en opslaan in WMA-formaat, dan worden deze standaard beschermd met de DRM-technologie van Microsoft.

Node:
Term voor een knooppunt of verbinding in een netwerk; bijvoorbeeld een computer, server, netwerkprinter of terminal.

 

Opensource:

Opensource software (OSS) is software met als voornaamste kenmerken:

P2P:
P2P is de afkorting voor Peer-to-Peer. Dit is een manier om computers direct met elkaar te laten communiceren. P2P wordt momenteel bekend van de filesharing-netwerken waarbij tussen 2 computers bestanden kunnen worden uitgewisseld. In een echte p2p-situatie is er geen centrale server. Zo werkt het Gnutella-protocol. Daarbij begin je zonder verbindingen en naarmate je langer bent ingelogd wordt steeds meer van het netwerk 'ontdekt'. Zo kun je dus hele dynamische netwerken krijgen van computers die via via met elkaar verbonden zijn. Bekende filesharing-programma's zijn: Napster, KaZaA, Bearshare, Freewire, Gnutella etc.

Patch:
Een patch is een stukje reparatiesoftware dat meestal wordt gebruikt om een fout uit een software-pakket te halen. Dit kan dus t.b.v. een programma zijn maar ook t.b.v. bijvoorbeeld een spel.

PCL (Printer Control Language):
Hoewel veel printers van Hewlett-Packard ook gebruik maken van de paginabeschrijvingstaal PostScript, zijn ze zonder uitzondering uitgerust met PCL, de eigen paginabeschrijvingstaal van HP. De paginabeschrijvingstaal PCL heeft een eigen fontformaat dat zowel schaalbare als niet-schaalbare fonts kent. PCL is de meest gebruikte paginabeschrijvingstaal, maar is voor de grafische industrie van geen belang.

PCMCIA:
Personal Computer Memory Card International Association. Aansluitnorm voor memory cards. Officieel wordt het voluit PCMCIAJEIDA genoemd. Een andere aansluitnorm is JEDEC. PCMCIA kaartjes zijn snel verwisselbaar zonder de kast te openen en kunnen allerlei randapparatuur bevatten. Zo zijn er kaartjes met geheugen, met modems en complete harde schijven. Club van bedrijven die de nieuwe standaard voor producten in 'creditcard'-formaat ontwikkelt en propageert. Er zijn drie verschillende soorten PCMCIA-kaarten verkrijgbaar: Type I De kaart heeft een dikte van 3,3 mm en vindt veelal zijn toepassing in de uitbreiding van het geheugen. Type II De kaart heeft een dikte van 5 mm en wordt veelal toegepast voor communicatie (fax & netwerk) en flash-geheugens. Type III De kaart heeft een dikte van 10,5 mm en wordt voornamelijk toegepast voor opslagcapaciteit oplossingen (bijvoorbeeld harddisks).

PDA:
PDA staat voor Personal Digital Assistant. Letterlijk vertaald is dit een persoonlijke digitale assistent. Dit is een aanduiding voor wat ook wel bekend staat als een palmtop of een palmcomputer. Een computer die past in de palm van je hand. Bekende voorbeelden zijn de PDA's van Palm en de PocketPC van Microsoft.

PDA's worden steeds uitgebreider. De eerste generatie had voornamelijk agenda-functionaliteit, toe nog 'PIM' genaamd wat staat voor Personal Information Manager, maar op dit moment beschikken PDA's meer en meer over een Internet-verbinding, ingebouwde camera, MP3-speler, Bluetooth, Infrarood, Wi-Fi verbindingen etc. PDA's en telefoons komen ook steeds dichterbij elkaar qua functionaliteit. Zo'n telefoon met PDA-functionaliteit wordt ook wel smartphone genoemd.

PDF:
PDF is een afkorting van Portable Document Format. Het is een bestand dat gezien moet worden als een elektronische versie van het originele bestand. Het maakt niet uit of het daarbij gaat om een tekstbestand of om foto's of illustraties. Het versturen van PDF wint de laatste tijd veel aan populariteit, met name vanwege de vormgeving die in stand gehouden kan worden. Ook zitten er voordelen in verscholen om met beveiligingsaspecten te kunnen werken zodat men een bepaald PDF-bestand bijvoorbeeld wel mag lezen en / of afdrukken, maar niet mag wijzigen. Een PDF-bestand kan onder meer worden gelezen met het gratis programma Adobe Acrobat Reader. De nieuwste versie hiervan is altijd te vinden onder de Download-sectie bij ICT.

Plugin:
Een plugin is een programma (uitbreiding) dat kan worden toegevoegd aan een bestaand programma zoals bijvoorbeeld een webbrowser. Met behulp van een plugin is het bijvoorbeeld mogelijk om op een website naar muziek te luisteren of animaties te bekijken. Plugin programma's worden dus toegevoegd door installatie op een bestaand, reeds geïnstalleerd programma, en biedt dus meer functionaliteit bovenop het bestaande programma. Een plugin is dus niet hetzelfde als een patch!

PNG:
PNG staat voor Portable Network Graphics. Het is de tegenhanger van het GIF-formaat. Aangezien op het GIF-formaat patenten rustten, is dit voorkomen met het PNG-formaat. Dat betekent dat iedereen vrijelijk afbeeldingen in het PNG-formaat mag opslaan en distribueren. 

PocketPC:
Zoals de naam al doet vermoeden in het de aanduiding voor de software t.b.v. een Personal Computer in klein formaat. PocketPC is het besturingssysteem van Microsoft dat wordt gebruikt voor PDA's. Dit besturingssysteem is gebaseerd op een kleine Windows-versie: Windows CE. Bekende soorten PocketPC's zijn de PDA's van HP-Compaq (iPAQ), Toshiba en O2 (XDA). De PocketPC bevat allemaal kleine uitvoeringen van de programma's zoals deze ook onder Windows op de PC te vinden zijn. Hierbij te denken aan PocketWord, PocketExcel, PocketOutlook, Media Speler 9, Kladblok etc.

Postscript:
Paginabeschrijvingstaal van Adobe Systems Corporation. De eerste versie van PostScript stamt uit 1984. PostScript Level 2 werd in 1990 geïntroduceerd. De nieuwste versie is PostScript 3 (dus zonder het woord Level), dat in 1997 op de markt kwam. PostScript is behalve een paginabeschrijvingstaal tevens een printerbesturingstaal en een programmeertaal. Door dat laatste is het in principe mogelijk een boekhoudprogramma te schrijven dat 'draait' op de processor van een printer. Laten we hopen dat dit bij een principe blijft, en dat niemand dergelijke programma's werkelijk gaat schrijven.
Provider:
Aanbieder van internet- en e-mailaansluitingen, vaste en mobiele telefonie (aansluitingen en / of toegang). 

Responstijd:
Responsetijd is het tijdsverschil tot er reactie plaats vind. Bij bijvoorbeeld een beeldscherm i.c.m. een grafische kaart waar deze op is aangesloten, is dat het tussenliggende moment dat de grafische kaart een beeld verstuurd naar de monitor en het moment dat die monitor dat verstuurde beeld kan weergeven. De responstijd is een belangrijk gegeven omdat bij een te hoge responstijd beelden die snel veranderen op het beeldscherm schokkerig worden weergegeven. Beeldschermen met een te hoge responstijd hebben dan ook problemen met het correct weergeven van videobeelden en computerspellen. Algemeen gaat men er van uit dat de responstijd van een beeldscherm zeker onder de 25 ms (milliseconden) dient te liggen. Binnen netwerken is dat bijvoorbeeld het tijdsverschil dat tussen het moment van een PC (client c.q. werkstation) verzoek ligt totdat de server (waar dat verzoek is heen gestuurd) reageert. Als er bij wijze van spreken te veel werkstations (PC's) verzoekjes sturen naar een server die niet de capaciteit heeft om dit binnen afzienbare tijd af te handelen, spreken we dan ook van een trage responstijd.

Router:
Een router koppelt netwerken en heeft o.a. het bepalen van de snelste weg in het netwerk tot taak. Tevens zijn met een router koppelingen tussen twee verschillende netwerken met verschillende protocollen mogelijk.

RSI:
RSI staat voor Repetitive Strain Injury. Dit is een beroepsziekte die je kunt krijgen wanneer je veel dezelfde (dus repeterende) beweging maakt. Dit komt daarom met enige regelmaat voor bij beeldschermwerkers. De muis is niet het handigste hulpmiddel, maar wordt nu eenmaal wel door veel beeldschermwerkers gebruikt om iets op het scherm aan te wijzen. Door repeterende bewegingen met de muis dag in dag uit te maken, kan dit een te grote belasting geven op o.a. het polsgewricht en kan er als zodanig RSI optreden. 

Server:
Een server is een term uit het client/server-model dat veel op internet wordt gebruikt. Zo biedt een email-server (bijvoorbeeld Microsoft Exchange) diensten aan die een email-client weer kan gebruiken. Een server bedient vaak meerdere client-programma's. Veelal bevinden client- en server-programma zich niet op dezelfde computer, maar dat hoeft niet zo te zijn. Anders vertaald is de server de "grote capaciteit computer" waar ieder werkstation op inlogt en het begrip "centraal" een grote rol speelt. Juist doordat centraal veel programma's geïnstalleerd staan, vergt het minder onderhoud en systeembeheer, is het makkelijk voor een back-up strategie en heeft het verre gaande voordelen op basis van kosten/baten binnen een bedrijfsomgeving. Zie tevens Client/Server.

Shareware:
Shareware is software die een beperkte tijd (bijvoorbeeld 30 dagen) te gebruiken is zodat deze kan worden uitgeprobeerd. Als de software bevalt dan kan veelal bij de maker of distributeur een code aangeschaft worden waarmee blijvend van de software gebruik gemaakt kan worden. Shareware is de tegenhanger van freeware (zie ook GPL). Er zijn echter nog veel meer 'smaken' ,onderverdelingen en licentiestructuren op het gebied van software.  

Een leuk voorbeeld is "postcardware". Hierbij praten we over een vorm van freeware, echter dien je de maker (programmeur) van het programma een kaartje te sturen als beloning. De programmeur zal er dan van gecharmeerd raken als hij of zij allerhande postkaarjes krijgt alle alle windstreken. 

Een vorm die tussen share- en freeware ligt noemen ze adware. Adware, zoals de naam al doet vermoeden is vrij te gebruiken software waarbij je het voor lief neemt dat je allerlei reclame te zien krijgt tijdens het gebruik van het desbetreffende programma. Veelal is er dan een optie, indien men zich ergert aan de reclame meldingen, een code aan te schaffen zodat je van de reclamemeldingen wordt verlost, en dan begint het al weer aardig op shareware te lijken.

Zie tevens ook nog spyware!

Scammers:
U zult ze wel eens ontvangen hebben: mailtjes van mensen met namen in de trant van Joseph Ogalalawappa of Marius Lagolapippi (met name uit Nigeria & Rusland). Het zijn allemaal mannen met heel veel geld waar ze echter momenteel niet aan kunnen. Om dat vele geld vrij te maken hebben ze uw hulp nodig. U kent het verhaal wel. En u weet zeker ook dat het hierbij gaat om bedriegers uit Nigeria die proberen om uw geld af te troggelen. Deze mensen worden scammers genoemd!

SPAM:
Ongevraagde (reclame) e-mail waar de gebruiker (lees: ontvanger) niet om heeft gevraagd en veelal overlast bezorgd. Ook systeembeheerders bij bedrijven baart dit kopzorgen doordat het vaak onnodig hun bandbreedte en opslagcapaciteit "opvreet". Met name zorgen spammers uit Amerika en het midden oosten voor dit fenomeen. Amerika heeft echter nu de wetten aangescherpt om deze praktijken wat meer aan banden te leggen, wat ons uiteraard ten goede komt.

Spyware:
Spyware is (misleidende) software die gemaakt is om de gebruiker te bespieden. Bijvoorbeeld door informatie over diens surfgedrag te verzamelen en terug te sturen naar een locatie op het Internet. Veelal is dit software wat wordt aangeboden als zijnde freeware, echter een stukje extra programmacode bevat waar de gebruiker geen weet van heeft.

Als spyware eenmaal is geïnstalleerd op de PC is het vaak moeilijk te achterhalen en te verwijderen. Gelukkig zijn er speciale programma's die dat (gratis) voor je kunnen doen en juist gespecialiseerd zijn in deze taak. Voorbeelden hiervan zijn: Spybot Search & Destory & AdAware. 

TCPIP:
IP of IP-adres is het unieke nummer of adres dat iedere computer heeft die verbinding maakt met het internet. Aan de hand van een IP-adres kan worden nagegaan welke gebruiker bij desbetreffende computer hoort.
TCP (Transport Configuration Protocol) IP (Internet Protocol) is dan ook een stapel standaarden in de vorm van een set protocollen wat het mogelijk maakt om gegevens uit te wisselen via grote tot zeer grote netwerken. Netwerken binnen een bedrijf "praten" veelal ook ditzelfde protocol en heeft naast vele andere voordelen, het voordeel dat het snel is en blijft in zeer grote netwerken als internet.

TIFF:
TIFF staat voor Tagged Image Format File. Dit is een grafisch formaat dat bijvoorbeeld standaard wordt gebruikt door fax-apparaten.

Fax-to-mail-diensten (waarmee fax-berichten via e-mail worden afgeleverd) werken daarom standaard met het TIFF-formaat. Een voorbeeld is de FaxToMail-dienst van KPN. Net als TIFF zijn BMP, GIF, PNG, JPG ook voorbeelden van grafische formaten.

Touchpad:
Een venstertje op een computertoetsenbord (van meestal een laptop). De muisbewegingen worden nagebootst door het schuiven, wrijven en klikken van uw vingers op het venstertje, die vervolgens door gevoelige sensoren worden omgezet in muiscommando’s. Naast een touchpad zijn er nog meer alternatieven voor een muis zoals iedereen die kent. Een voorbeeld hiervan is de trackball, waarbij het hier in principe gaat om een omgekeerde muis. De pols en arm blijven hierbij rustig in dezelfde houding liggen, maar de bal wordt hierbij met de vingers of duim in beweging gebracht. Geleerden zijn er nog niet uit welke smaak aan aanwijsapparatuur RSI het meest voorkomt.
Trojaans paard (Trojan Horse):
Een trojaans paard is een onschuldig lijkend programma dat echter een ander kwaadaardig programma (bijvoorbeeld een virus of een hackers utility) op je computer zet. Het programma infecteert niet noodzakelijk andere bestanden of verspreidt zich niet naar andere systemen. De naamgeving komt van de Trojaanse oorlog en het aldaar gebruikte houten paard.

UMD-Disk:

Universal Media Disc (UMD)is een technologie van Sony met een opslag capaciteit van 1,8GB. UMD is een standaard formaat dat door Ecma gedefinieerd is als ECMA-365. Niet alleen spellen maar ook complete films en cd's worden op het UMD-formaat uitgegeven. Het wordt gebruikt in de PSP-spelconsole.

 

UNIX:
UNIX was een van de eerste besturingssystemen voor grote computers. Het begon als een soort open besturingssysteem waaraan meerdere personen en bedrijven konden bijdragen. Naar verloop van tijd hebben grote bedrijven zich op UNIX gestort en hebben zo hun eigen implementaties en uitbreidingen gemaakt. Zo zijn er vele verschillende soorten UNIX in omloop. Grote namen hier zijn IBM, Sun Solaris en HP-UX. 

De laatste jaren is er een trend dat deze UNIX-systemen meer en meer op Linux gaan draaien. Linux wordt namelijk steeds krachtiger en daardoor ook beter geschikt om zwaardere servers op te draaien. Ook is Linux erg goedkoop in vergelijking met de duurdere UNIX-licenties. Goedkopere machines die aan elkaar geknoopt worden en zo met Linux erop 1 grote supercomputer vormen kom je daarom steeds meer tegen. Zie dus ook Linux.

URL:
Een URL is de afkorting voor 'Uniform Resource Locator', maar in de meeste gevallen zullen we het hebben over internetadres als we URL bedoelen. Een URL is een uniek adres op het World Wide Web en bestaat uit aanduiding van een protocol, een domeinnaam en de naam van een pagina of een bestand. Nemen we als voorbeeld de URL http://www.wcsbv.nl/index.html, dan is http (afkorting van HyperText Transfer Protocol) in dit geval het protocol, www.wcsbv.nl  is het (unieke) domein, en index.html  is het bestand dat de pagina tevoorschijn tovert die je te zien krijgt. In het Engels wordt vaak de term 'DOT' genoemd, dit is de punt die in het domein is verwerkt (anker.nl), en is niet meer of minder dan een leesteken.

USB:
USB staat voor Universal Serial Bus. Hiermee wordt steeds vaker randapparatuur op een PC aangesloten. Men ziet het dan ook als de opvolger van de seriële poort aansluiting die als vanouds nog steeds te vinden is op de meeste PC's.

Van het USB-protocol bestaan meerdere versies. USB 2.0 is momenteel de snelste, maar de computer moet daar uiteraard wel mee overweg kunnen en ondersteuning voor bieden. 

Virtual Reality (Virtuele Realiteit):
Schijnwerkelijkheid. Een niet-bestaande werkelijkheid, bijvoorbeeld opgebouwd uit digitale beelden, die zo levensecht worden gepresenteerd dat het een werkelijkheid lijkt. Ander voorbeeld: het inrichten van uw PC-bureaublad als virtueel kantoor met mappen, klok, agenda, schrijfgerei, notitieblok enz. 

Virus:
Een (computer)virus is een kwaadwillig programma, dat vaak als interessante bijlage vermomd bij e-mail arriveert, zich nestelt in uw computer, u het leven zuur maakt en als voornaamste doel heeft zoveel mogelijk andere PC's te infecteren. Er zijn verschillende soorten, maar de bekendste zijn Macro-virussen en Trojaanse paarden.

VoIP:
Letterlijk is dit de afkorting van "Voice over IP". Dit wil dus zeggen dat in plaats van data, spraak (lees: telefonie) verstuurd word via het Internet Protocol (IP) i.p.v. de over de reguliere protocollen van bv. KPN telecom die afrekenen per minuut of per tik. Bellen via het internet is in principe dus gratis als men de voorzieningen treft en toch al een (breedband)internetverbinding heeft liggen. Een softwarematig voorbeeld van de VoIP techniek is het programma "Skype" te vinden op: http://www.skype.com. De kwaliteit van bellen via het internet wordt steeds beter. Fabrikanten spelen steeds meer op deze techniek in en komen met steeds een groter en breder assortiment van soft- en hardware voor deze techniek. Ook is het een groot voordeel dat men gratis dan wel tegen lokaal tarief kan telefoneren met je verre neef in Timboektoe.

VPN:
VPN staat voor Virtual Private Networking en is een relatieve nieuwkomer op het gebied van netwerktypen. VPN is speciaal ontworpen om via het internet toch een zodanig veilige verbinding op te zetten alsof die verbinding via een intranet (binnen een bedrijfsnetwerk) wordt gelegd. Bij het maken van een verbinding wordt gebruik gemaakt van het Point-to-Point Tunneling Protocol (PPTP) en creëert het een aparte Dial-Up Adapter, zodat via Dial-Up Networking ingelogd kan worden. 

Binnen te telefonie is het een vast huurnetwerk uitgevoerd in een openbaar telefoonnetwerk, met eigen nummers en toegang. 

VPN technieken worden steeds vaker toegepast om thuiswerkers beveiligd te laten werken (na inloggen etc.) op het bedrijfsnetwerk middels een al bestaande netwerkverbinding (lees: internet).

WAP:
WAP is het Wireless Application Protocol. Daarmee zijn via een telefoon (of PDA) diensten op te vragen. Bijvoorbeeld een speciale webpagina (eigenlijk een WAP-pagina ). Een webpagina moet speciaal voor WAP geschikt zijn gemaakt. Een WAP-telefoon heeft namelijk een veel kleiner scherm dan een PC of PDA. Ook biedt een WAP-telefoon doorgaans geen miljoenen kleuren waarmee een PC wel overweg kan. En een WAP-telefoon wil bij voorkeur ook geen hele grote webpagina's die lang in moeten laden. Voor een WAP-telefoon bestaat er een subset van HTML: WML (Wireless Markup Language) genaamd.

WiFi:
WiFi staat voor Wireless Fidelity en het wil zoveel zeggen dat het gaat om een draadloos netwerk dat tegen een constante kwaliteit wordt aangeboden. Met WiFi worden, met behulp van radiogolven, gegevens draadloos over en weer gezonden.

WinFS:
WinFS is een bestandssysteem dat gebaseerd is op het concept van een SQL database waarbij informatie niet meer in de ons zo bekende mappen wordt opgeslagen. In plaats daarvan worden "virtuele" mappen aangemaakt die gegevens naar door de gebruiker opgegeven criteria kunnen weergeven en sorteren.

Worm:
Betekenis 1:
Een worm is een programma (virustype) dat de mogelijkheid heeft zichzelf te verspreiden naar andere systemen vanuit zijn huidige plaats zonder evenwel andere programma’s te infecteren. Het plant zich met andere woorden vanzelf voort. Een worm infecteert geen programma’s of boot sectors (de opstartdelen van een harde schijf met essentiële informatie) en verspreidt zich via netwerk connecties. Meestal dus het internet. 
Betekenis 2:
Een worm is een opslagmedium vaak gebruikt voor opslag t.b.v. Digitale Archivering (DIS). Worm staat voor "Write Once Read Many". Het Worm principe kan een beetje vergeleken worden met een CD-R. 

WWW:
WWW staat voor World Wide Web. Dit is het stelsel van computers (ook wel webservers genoemd) dat middels hyperlinks aan elkaar gelinkt is. Daardoor kan iemand eenvoudig van de ene pagina naar een andere verwezen worden. Op het WWW wordt het HTTP-protocol gebruikt voor het uitwisselen van gegevens tussen webserver en webbrowser. Uitvinder en grondlegger van het WWW is de Brit Sir Tim Berners-Lee. Zie secties "Internet" voor meer informatie over deze man.

Vaak wordt het www bedoeld als men over het internet spreekt. Dit omdat het www het bekendste deel van het internet is. 

XML:
XML staat voor Extensible Markup Language of 'Uitbreidbare Opmaaktaal'. Feitelijk is het een simpel dialect van SGML, de Standard Generalized Markup Language. XML wordt goed ondersteund door de nieuwste generatie browsers. Om oudere browsers de gelegenheid te geven het oude HTML weer te geven, wordt vaak gebruik gemaakt van een parser op de webserver. De grote kracht van XML is dat je je documenten veel beter doorzoekbaar kunt maken. Eigenlijk was HTML daarvoor bedoeld, maar dat is eigenlijk niet uitgebreid genoeg.